SK ShadowingKorean

Belangrijkste Engelse woorden en spreekwoorden

Page 36 of 50 · Choose the right translation

▶ Watch on YouTube

  1. Ik leef mijn droom.

    • That's true as well.Ook dat is waar.
    • That's my cat.Dat is mijn kat.
    • Her father is tall.Haar vader is groot.
  2. Ik ben geen dokter.

    • It will be spring soon.De lente komt eraan.
    • I need you.Ik heb je nodig.
    • They're with me.Ze horen bij mij.
  3. Ik heb weinig geld.

    • I miss you.Ik mis je.
    • I sat next to him.Ik zat naast hem.
    • Here we are.Hier zijn we dan.
  4. Is dat het station?

    • What have you decided?Wat heb je besloten?
    • Do they know about us?Weten ze over ons?
    • What are you looking at?Waar kijk je naar?
  5. Is er een probleem?

    • Where do you come from?Waar komt u vandaan?
    • Am I in London?Ben ik in Londen?
    • Can you speak English?Spreekt u Engels?
  6. Is dit genoeg geld?

    • Can I help?Kan ik helpen?
    • Whose turn is it?Wie is aan de beurt?
    • What's the reason?Wat is de reden?
  7. Is je moeder thuis?

    • How was your weekend?Hoe was je weekend?
    • How do you say that?Hoe zeg je dat?
    • Are you coming or not?Kom je of niet?
  8. Het doet geen pijn.

    • The car is ready.De auto is klaar.
    • I've known her for a long time.Ik ken haar al lang.
    • I am eating an apple.Ik eet een appel.
  9. Het maakt niet uit.

    • I'm not a doctor.Ik ben geen dokter.
    • My work is finished.Mijn werk is gedaan.
    • It's too hot.Het is te heet.
  10. Het valt op zondag.

    • He does not know.Hij weet het niet.
    • I love you!Ik hou van je!
    • They'll kill me.Ze zullen me doden.
  11. Het is een schaduw.

    • I had an idea.Ik had een idee.
    • Bring us with you!Neem ons met je mee!
    • My house is here.Mijn huis is hier.
  12. Het is koud buiten.

    • I like languages!Ik hou van talen!
    • My work is finished.Mijn werk is gedaan.
    • The man looked at me.De man keek me aan.
  13. Dat is geen geheim.

    • He is no fool.Hij is niet gek.
    • She had no brother.Ze had geen broer.
    • We don't know her.We kennen haar niet.
  14. Het heeft me gered.

    • The coffee is bitter.De koffie is bitter.
    • This is a book.Dit is een boek.
    • Everything is fine.Alles is in orde.
  15. Het is niet zo ver.

    • Do your own work.Doe je eigen werk.
    • You have to go.Je moet gaan.
    • I'm outta here.Ik ben hier weg.
  16. Het is een van mij.

    • It's this book.Het is dit boek.
    • He talks too fast.Hij spreekt te snel.
    • My mother is beautiful.Mijn moeder is mooi.
  17. Het is heel donker.

    • I was at school.Ik was op school.
    • My grandfather was a farmer.Mijn opa was boer.
    • This is my doll.Dit is mijn pop.
  18. Ik ken hem al lang.

    • Don't pick up the cat.Pak die kat niet op.
    • It was just as I thought.Ik wist het wel.
    • I am in Paris.Ik ben in Parijs.
  19. Laat ons meer doen.

    • I'm bored at home!Ik verveel me thuis!
    • Take it easy!Doe het rustig aan!
    • I saw a dog.Ik zag een hond.
  20. Laten we het hopen.

    • Spring is just around the corner.Het is bijna lente.
    • I think, therefore I am.Ik denk dus ik ben.
    • That was a lie.Dat was een leugen.
BackNext

영어 기초 · 공부법 →