Belangrijkste Engelse woorden en spreekwoorden
Page 36 of 50 · Choose the right translation
Ik leef mijn droom.
That's true as well.Ook dat is waar.That's my cat.Dat is mijn kat.Her father is tall.Haar vader is groot.
Ik ben geen dokter.
It will be spring soon.De lente komt eraan.I need you.Ik heb je nodig.They're with me.Ze horen bij mij.
Ik heb weinig geld.
I miss you.Ik mis je.I sat next to him.Ik zat naast hem.Here we are.Hier zijn we dan.
Is dat het station?
What have you decided?Wat heb je besloten?Do they know about us?Weten ze over ons?What are you looking at?Waar kijk je naar?
Is er een probleem?
Where do you come from?Waar komt u vandaan?Am I in London?Ben ik in Londen?Can you speak English?Spreekt u Engels?
Is dit genoeg geld?
Can I help?Kan ik helpen?Whose turn is it?Wie is aan de beurt?What's the reason?Wat is de reden?
Is je moeder thuis?
How was your weekend?Hoe was je weekend?How do you say that?Hoe zeg je dat?Are you coming or not?Kom je of niet?
Het doet geen pijn.
The car is ready.De auto is klaar.I've known her for a long time.Ik ken haar al lang.I am eating an apple.Ik eet een appel.
Het maakt niet uit.
I'm not a doctor.Ik ben geen dokter.My work is finished.Mijn werk is gedaan.It's too hot.Het is te heet.
Het valt op zondag.
He does not know.Hij weet het niet.I love you!Ik hou van je!They'll kill me.Ze zullen me doden.
Het is een schaduw.
I had an idea.Ik had een idee.Bring us with you!Neem ons met je mee!My house is here.Mijn huis is hier.
Het is koud buiten.
I like languages!Ik hou van talen!My work is finished.Mijn werk is gedaan.The man looked at me.De man keek me aan.
Dat is geen geheim.
He is no fool.Hij is niet gek.She had no brother.Ze had geen broer.We don't know her.We kennen haar niet.
Het heeft me gered.
The coffee is bitter.De koffie is bitter.This is a book.Dit is een boek.Everything is fine.Alles is in orde.
Het is niet zo ver.
Do your own work.Doe je eigen werk.You have to go.Je moet gaan.I'm outta here.Ik ben hier weg.
Het is een van mij.
It's this book.Het is dit boek.He talks too fast.Hij spreekt te snel.My mother is beautiful.Mijn moeder is mooi.
Het is heel donker.
I was at school.Ik was op school.My grandfather was a farmer.Mijn opa was boer.This is my doll.Dit is mijn pop.
Ik ken hem al lang.
Don't pick up the cat.Pak die kat niet op.It was just as I thought.Ik wist het wel.I am in Paris.Ik ben in Parijs.
Laat ons meer doen.
I'm bored at home!Ik verveel me thuis!Take it easy!Doe het rustig aan!I saw a dog.Ik zag een hond.
Laten we het hopen.
Spring is just around the corner.Het is bijna lente.I think, therefore I am.Ik denk dus ik ben.That was a lie.Dat was een leugen.