Belangrijkste Engelse woorden en spreekwoorden
Page 26 of 50 · Choose the right translation
Het spijt me zeer.
Don't be afraid.Wees niet bang.I'm in India.Ik ben in India.I don't know him.Ik ken hem niet.
Ik ben nu erg moe.
They are sitting at the table.Ze zitten aan tafel.I do not understand.Ik begrijp het niet.I love movies.Ik houd van films.
Is dit een rivier?
Are you free now?Heb je nu tijd?Is your husband at home?Is je man thuis?Whose son are you?Wiens zoon ben jij?
Is dit jouw fiets?
Is he back already?Is hij al terug?Are you not tired?Ben je niet moe?What's wrong with it?Wat is er mis mee?
Het is al elf uur.
He gets tired easily.Hij wordt snel moe.This is what I thought.Dit is wat ik dacht.This book is yours.Dit boek is van jou.
Het was mijn fout.
The room was warm.De kamer was warm.My name is Jack.Ik heet Jack.That house is mine.Dat huis is van mij.
Het was niet duur.
I think, therefore I am.Ik denk dus ik ben.I feel guilty.Ik voel me schuldig.I am a boy.Ik ben een jongen.
Dat zou leuk zijn.
Knowledge is power.Kennis is macht.I'll give you a ride.Ik neem je mee.I have a question.Ik heb een vraag.
Het is een geheim.
He has a car.Hij heeft een auto.Well, let's go.Nou, laten we gaan.I'll eat here.Ik zal hier eten.
Het is al te laat.
What a surprise!Wat een verrassing!You're in Europe!Je bent in Europa!I play tennis once in a while.Ik tennis af en toe.
Jack is niet hier.
Life is beautiful.Het leven is mooi.Being crazy is healthy.Gek zijn is gezond.We are the people.Wij zijn het volk.
Jack is hier niet.
The soup's very hot.De soep is heet.He's not in.Hij is niet binnen.I come from Brazil.Ik kom uit Brazilië.
Jim opent de deur.
It's cool today.Het is fris vandaag.Tell me what you want.Zeg me wat je wil.I don't want any sugar.Ik wil geen suiker.
Kate is verkouden.
I don't know anything.Ik weet van niets.That house is mine.Dat huis is van mij.I don't have a pencil.Ik heb geen potlood.
Ken wil een fiets.
I'm not afraid.Ik ben niet bang.He is nasty.Hij is vies.Don't you do this to me.Doe me dit niet aan.
Dood het met vuur!
Now you're going too far.Nu ga je te ver.Be quiet, all of you.Wees stil, allemaal.You don't have to eat.Je moet niet eten.
Laat mijn arm los!
The bicycle is mine.Dit is mijn fiets.I have a stomachache.Mijn buik doet pijn.It is going to rain.Het gaat regenen.
Laat het touw los.
I'm glad to hear that.Dat hoor ik graag.Something stinks here.Er stinkt hier iets.I was captured.Ik werd gevangen.
Laten we dat doen.
The sun is rising already.De zon gaat al op.She had no money.Zij had geen geld.Ken wants a bicycle.Ken wil een fiets.
Het leven is mooi.
Tell me about it.Spreek mij daarover.I saw five men.Ik zag vijf mannen.This is not a sentence.Dit is geen zin.