SK ShadowingKorean

Belangrijkste Engelse woorden en spreekwoorden

Page 34 of 50 · Choose the right translation

▶ Watch on YouTube

  1. Ik begon te huilen.

    • I come from Brazil.Ik kom uit Brazilië.
    • It's a secret.Het is een geheim.
    • I have a little money now.Ik heb nu wat geld.
  2. Ik kon niet slapen.

    • My heart is painful.Mijn hart doet pijn.
    • Anybody knows it.Iedereen weet dat.
    • I see a lion.Ik zie een leeuw.
  3. Ik heb geen ticket.

    • Being crazy is healthy.Gek zijn is gezond.
    • I hate my neighbors.Ik haat mijn buren.
    • You can believe me.Je mag me geloven.
  4. Dat versta ik niet.

    • Be quiet, all of you.Wees stil, allemaal.
    • Let's do that.Laten we dat doen.
    • I don't want to drive.Ik wil niet rijden.
  5. Ik wil geen suiker.

    • I have a lot of photos.Ik heb veel foto's.
    • I was thinking about you.Ik dacht aan jou.
    • Do your best.Doe je best.
  6. Ik wil niet rijden.

    • The water is good.Het water is goed.
    • It won't work.Het zal niet werken.
    • Give me a chance.Geef mij een kans.
  7. Ik ga naar de berg.

    • You began to cry.Je begon te huilen.
    • Close your book.Doe je boek dicht.
    • It's cloudy.Het is bewolkt.
  8. Ik haat mijn buren.

    • Tell me what you want.Zeg me wat je wil.
    • I live in Tokyo.Ik woon in Tokio.
    • My mother is beautiful.Mijn moeder is mooi.
  9. Ik heb nu wat geld.

    • It's one o'clock.Het is een uur.
    • He is not a doctor.Hij is geen dokter.
    • He's her friend.Hij is haar vriend.
  10. Ik heb veel dromen.

    • I'm older than you.Ik ben ouder dan je.
    • I need you.Ik heb je nodig.
    • They can fish.Zij blikken vis in.
  11. Ik heb veel foto's.

    • He had one daughter.Hij had en dochter.
    • She is five years old.Ze is vijf jaar.
    • Art for art's sake.Kunst om de kunst.
  12. Ik heb veel boeken.

    • Thank you very much!Heel erg bedankt!
    • I'm crazy about him!Ik ben gek op hem!
    • I'm not a doctor.Ik ben geen dokter.
  13. Ik heb tien pennen.

    • I have no family.Ik heb geen gezin.
    • She is five years old.Ze is vijf jaar.
    • I'm in the car.Ik ben in de auto.
  14. Ik heb drie honden.

    • This is my brother.Dit is mijn broer.
    • This is a dog.Dit is een hond.
    • Spring is just around the corner.Het is bijna lente.
  15. Ik moet het vinden.

    • I get what you're saying.Ik snap wat je zegt.
    • That is the bus stop.Dat is de bushalte.
    • It's Monday.Het is maandag.
  16. Ik moet naar de wc.

    • You talk too much.Je praat teveel.
    • It's cool today.Het is fris vandaag.
    • I have one sister.Ik heb één zus.
  17. Ik heb twee auto's.

    • I'm not a doctor.Ik ben geen dokter.
    • He is in Tokyo.Hij is in Tokio.
    • It was my mistake.Het was mijn fout.
  18. Ik weet alleen dit.

    • It's on the sofa.Het ligt op de sofa.
    • The book is big.Het boek is groot.
    • Turn it off.Zet het af.
  19. Ik ken die meisjes.

    • He stopped the car.Hij stopte de auto.
    • And a little bread.En een beetje brood.
    • The car is running fast.De auto rijdt snel.
  20. Ik weet wie ik ben.

    • He's in the kitchen.Hij is in de keuken.
    • It costs too much.Het kost te veel.
    • Read whatever you like.Lees wat je wilt.
BackNext

영어 기초 · 공부법 →