Belangrijkste Engelse woorden en spreekwoorden
Page 48 of 50 · Choose the right translation
Spreek mij daarover.
Room for rent.Kamer te huur.It's already late.Het is al laat.You're pretty good.Je bent vrij goed.
Die jongen eet niet.
I did not know this.Ik wist dit niet.We should get out of here.We moeten hier weg.I am in Paris.Ik ben in Parijs.
Dat huis is van mij.
I can't talk.Ik kan niet spreken.I am doing my best.Ik doe mijn best.If you say so.Als jij het zegt.
Dat zal niet werken.
They call me Bob.Ze noemen me Bob.She waved good-bye to me.Ze zwaaide me gedag.I go to school.Ik ga naar school.
Dat is toch mijn CD?
What did he ask you?Wat vroeg hij je?Where is your school?Waar is je school?Are you looking for a job?Zoek je een baan?
Het boek is van mij.
They eat a lot of rice.Ze eten veel rijst.My heart is painful.Mijn hart doet pijn.You think too much.Je denkt te veel.
De fles is van glas.
Don't lose heart.Houd de moed erin!I miss my parents.Ik mis mijn ouders.I am a woman.Ik ben een vrouw.
De cake smaakt zoet.
It is very expensive.Het is erg duur.She has liking for ice cream.Ze houdt van ijs.With me everything is OK.Met mij is alles ok.
De kat is heel lief.
That's pretty good.Dat is best goed.Don't be afraid.Wees niet bang.Beware of the dog!Pas op de hond!
De koffie is bitter.
Call me once in a while.Bel mij af en toe.The question is this.De vraag is dit.He's crazy about you.Hij is gek op je.
De man heeft gelijk.
She's only a child.Ze is maar een kind.She has liking for ice cream.Ze houdt van ijs.Anybody knows it.Iedereen weet dat.
Hoe meer, hoe beter.
I'm not fat!Ik ben niet dik!I thank you.Ik dank u.Green suits you.Groen staat je goed.
Het plan zal werken.
Black becomes you.Zwart staat je goed.She had no money.Zij had geen geld.Don't lose heart.Houd de moed erin!
De lucht klaarde op.
He slept an hour.Hij sliep een uur.He is going to help you.Hij gaat je helpen.You began to cry.Je begon te huilen.
De bomen zijn groen.
I work for you.Ik werk voor jullie.Bob is my friend.Bob is mijn vriend.You couldn't choose.Je kon niet kiezen.
Er was niemand daar.
Now I remember.Nu weet ik het weer.The soup is too hot.De soep is te heet.Let go of me!Laat me los!
Ze zitten aan tafel.
He was very tired.Hij was erg moe.I'm looking for my camera.Ik zoek mijn camera.Take a look at this.Kijk eens naar dit.
Ze hadden geen eten.
I believe you.Ik geloof je.It's cold today.Vandaag is het koud.Let me go!Laat me gaan!
Dit boek is van mij.
I'm feeling tired.Ik voel me moe.This is too long.Dit is te lang.I know your father.Ik ken je vader.
Dit boek is van jou.
This is a horse.Dit is een paard.Take off your shoes.Doe uw schoenen uit.You've got a lot of guts.Je hebt lef.